Maatregelen coronavirus: Het contact en samenwerken met Rotterdam Partners is de komende tijd anders. Lees meer informatie

Onderzoeken naar de gevolgen van Brexit

International Trade & Investment Related pages

Brexit is inherent onzeker, maar dat betekent niet dat er geen onderzoek kan worden gedaan naar de verschillende opties die op tafel liggen en wat die betekenen voor Nederland en Nederlandse bedrijven die handel drijven met het VK. Wij bespreken de conclusies van de belangrijkste algemene en sectorspecifieke onderzoeken en handige tools/databases waarmee uw bedrijf zich zo goed mogelijk kan voorbereiden en up-to-date kan blijven met de laatste ontwikkelingen.

Onderzoeken naar gevolgen Brexit

Brexit is inherent onzeker, maar dat betekent niet dat er geen onderzoek kan worden gedaan naar de verschillende opties die op tafel liggen en wat die betekenen voor Nederland en Nederlandse bedrijven die handel drijven met het VK. Wij nemen u mee in de belangrijkste conclusies van deze onderzoeken. Het CBS en de Rabobank deden macro-economisch onderzoek naar de gevolgen van een Brexit op basis van WTO-regels. Het CBS concludeerde dat de Nederlandse economie in 2030 tot 1,2% van het BNP (EUR 10 miljard) minder hard zal groeien door een Brexit, vanwege de relatief dichte verweving van de Nederlandse economie met de Britse in vergelijking met andere EU-landen. Dit getal kan nog 65% (2% van het BNP) hoger uitvallen als misgelopen innovatie door lagere handelsintensiteit wordt meegenomen. De Rabobank schat de gevolgen nog een stuk groter in: cumulatief tot 4,25% minder economische groei in 2030. De hoge schatting van de Rabo komt voort uit importinflatie en grotere teruggang van de arbeidsproductiviteit in het VK, wat weer zijn weerslag heeft op de Nederlandse economie. Voor algemene macro-economische cijfers over Brexit kunt u kijken bij de Brexitmonitor van het CBS.

Specifiek toegespitst op handelsbarrières als gevolg van de Brexit, is het rapport van KPMG in opdracht van het ministerie voor Economische Zaken (EZ)  naar de hardst mogelijke breuk, waarbij in detail gekeken is naar 6 sectoren. Hierbij zou het VK handel drijven met de EU op basis van regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO-regels). Hoewel de 6 sectoren natuurlijk niet representatief zijn voor alle sectoren die exporteren naar het VK, zijn enkele bevindingen wel nuttig voor bedrijven die zich een beeld proberen te vormen van de gevolgen van Brexit voor alle Britse activiteiten.  Het rapport richt zich op non-tarifaire handelsbelemmeringen (ntb’s), het neemt in zijn overwegingen dus niet eventuele importtarieven mee.

Kernbevindingen:

  • Douaneaangiften voor invoer zullen stijgen met 752.000 en de aangiften voor uitvoer met 4,2 miljoen (op basis van data uit 2016).
  • 77.000 omzetbelasting-nummers (ob-nummers) hebben te maken gehad met een communautaire verwering en/of hebben een levering gedaan aan het VK, waarvan 35.000 ob-nummers geen enkele ervaring hebben met handel met een derde land.
  • De ntb’s vallen uiteen in twee soorten: algemene en sectorspecifieke.
  • KPMG heeft becijferd dat de algemene heffingen uitkomen op ten minste EUR 78,20 tot EUR 126,70 per zending. Daarnaast is het verstandig rekening te houden met oponthoud bij het ferryverkeer in verband met douaneformaliteiten, waarvoor momenteel niet voldoende capaciteit is.
  • Verder kan de hoeveelheid nieuwe aanvragen voor capaciteitsproblemen zorgen bij de douaneautoriteiten en douanedienstverleners (douaneagenten en –experts).

De 6 bestudeerde sectoren waarvoor de gevolgen zijn berekend, zijn: vlees, snijbloemen, verf, communicatiemiddelen (mobiele telefoons en routers/modems), brandblussers en accountancy. Deze 6 sectoren zijn gekozen omdat zij samen een aardig overzicht geven van de verschillende dynamieken binnen sectoren indien handel met het VK na de uittreding uit de EU ook daadwerkelijk plaats gaat vinden op basis van WTO-regels. Het rapport benadrukt dat de vermelde cijfers niet klakkeloos kunnen worden gebruikt als handleiding voor andere sectoren. Meer is het rapport bedoeld ter indicatie van wat erbij kan komen kijken voor Nederlandse bedrijven die willen exporteren naar het VK als Brexit eenmaal een feit is.

Sectoren

De Nederlandse ambassade in het VK biedt een uitgebreid overzicht van sectoren waarin Nederland een sterke concurrentiepositie heeft. Hier vindt u rapporten over de Britse markt en relevante contacten in uw sector.

Agrofood

De agrofood-sector is een heel duidelijk voorbeeld van een sector die op meerdere manieren hard geraakt kan worden door de gevolgen van Brexit. Dit is voor Nederland als geheel ook vervelend, omdat deze sector een aanzienlijk deel van de export naar het buitenland voor zijn rekening neemt: van de EUR 469 miljard aan Nederlandse export in 2017 bestond EUR 91,7 miljard uit landbouwproducten (19,6%). Het VK is de derde handelspartner Nederland in deze sector: in 2017 werd er voor EUR 8,7 miljard naar het VK geëxporteerd. Brexit lijkt zijn schaduw wel vooruit te werpen door de daling van de sterling: de groei van 1% in export naar het VK bleef aanzienlijk achter bij de wereldwijde groei van export van Nederlandse landbouwproducten à 7%. Door de relatief lage marges zouden exporttarieven op termijn de concurrentiepositie van Nederlandse goederen op de Britse markt kunnen schaden. De langere wachttijden bij de douane door de terugtreding van het VK uit de Europese gemeenschappelijke markt zouden voor snel bederfelijke producten een probleem kunnen worden. Verder kunnen uiteenlopende kwaliteitseisen extra controles met zich meebrengen, waaruit weer extra kosten en oponthoud in uw supply chain volgen. Brancheorganisaties kunnen u helpen bij Brexit. Voor de agrofood-sector zijn dit:

Maritiem

De maritieme sector gaat ook flink last hebben van Brexit, linksom of rechtsom. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat schreef een rapport over de gevolgen van Brexit voor het maritieme transport van en naar Nederlandse zeehavens. Het rapport kijkt naar de effecten in 2030. Het gaat hierbij uit van een harde Brexit als er in 2030 nog steeds naar WTO-regels handel wordt gedreven en een zachte Brexit als er vanaf 2030 wel een handelsovereenkomst is, met handel op basis van de WTO-regels in de periode 2019-2029. De overeenkomst waarin over het rapport van uit wordt gegaan is een mix van de verdragen tussen de EU en  Zwitserland, Turkije en Canada.

Hoofdbevindingen:

  • Bij een harde Brexit zal de uitgaande markt in 2030 gekrompen zijn met 4,4% ten opzichte van een geen-Brexit-scenario en 2,6% bij een zachte Brexit.
  • De inkomende markt zal krimpen met 2,0% tot 3,7%, afhankelijk van het scenario.
  • De verschillen tussen de grootste Nederlandse zeehavens (Rotterdam, Amsterdam en Vlissingen/Terneuzen) zijn verwaarloosbaar wat betreft het inkomende transport. Voor Rotterdam is dit 1,9% tot 3,5%. Gegeven de schaal van de Rotterdamse haven komt dit in absolute getallen neer op de grootste daling t.o.v. geen Brexit: 3,3 tot 5,8 miljoen ton (op basis van cijfers uit 2015) minder in 2030.
  • Er zijn wel grote verschillen tussen de havens wat betreft de uitgaande transport. Vlissingen/Terneuzen (4,0%-8,0% minder), Rotterdam (2,5%-4,5% minder) en Amsterdam (0,5%-1,0%) krijgen allemaal last van Brexit, maar in verschillende mate. Ook hier geldt dat Rotterdam in absolute zin de meeste last krijgt van Brexit: 5,7 tot 10,6 miljoen ton minder zal er uit de Rotterdamse haven vertrekken door Brexit.
  • Nederlandse reders zullen niet sterk een achteruitgang in hun concurrentiepositie ervaren, het zijn vooral de Nederlandse havens die last krijgen van een verminderde concurrentiepositie hebben als het VK besluit zijn regelgeving aan te passen. Hierbij valt vooral te denken aan veranderingen in regelgeving op het gebied van staatssteun, douaneactiviteiten, milieu en veiligheid, cabotageregels voor zeevervoer, vermindering hoeveelheid ritmachtigingen voor niet-Britse chauffeurs en het instellen van ‘Free Trade Zones’.
Mijn favoriete venues (0)