'Transitie zit in drie dingen: bewustzijn, urgentie en alternatieven'

In de werkkamer van Derk Loorbach, directeur van DRIFT en hoogleraar sociaaleconomische transities aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, staat een bijzondere tafel. Een lineair reliek, want gemaakt van oude vliegtuigonderdelen. ‘En zo toch weer circulair’, lacht hij. Een gesprek over de transitie van een lineaire naar een circulaire economie.

Hoe circulair is de Rotterdamse economie op dit moment?

‘We zijn wel op weg, maar de economie is nog hartstikke lineair. De Rotterdamse haven is het grootste industriële knooppunt in de lineaire economie op het noordwestelijk halfrond. Het traditionele businessmodel van de haven is volledig gebaseerd op de lineaire economie: we delven ergens op de wereld grondstoffen, verwerken deze tot een product, dat we na gebruik weggooien. Allerlei bedrijven zijn al die dingen gaan maken die wij willen hebben. Overheden hebben daaraan meegeholpen, want deze bedrijven zorgen voor werkgelegenheid en inkomsten voor de overheid via belastingen. Ook in de stad is nog heel veel lineair: we halen ons voedsel en onze bouwmaterialen van buiten, doen daar iets mee in de stad en wat overblijft, gaat mee met de afvalboer of verdwijnt in het riool. Als het gaat over het milieu en wat we daarin dumpen, dan zijn we nu vooral bezig met minder slecht. Die fabrieken en die auto’s zijn er nu eenmaal, zeggen we dan, laten we proberen ze wat schoner te krijgen. We doen wel ons best om het minder slecht te doen, maar daarmee houden we ook die lineaire manier van produceren en consumeren deels in stand.’

Van minder slecht naar circulair: lukt dat een beetje in Rotterdam?

‘We hebben in Rotterdam een beter systeem van afvalinzameling en -scheiding ontwikkeld en we gebruiken de warmte die vrijkomt bij afvalverbranding om huizen en kassen te verwarmen, zodat ze niet op aardgas hoeven. Dat zijn op zich goede ontwikkelingen, maar die zitten allemaal nog wel heel erg in dat lineaire systeem. Want uiteindelijk hebben we nog steeds afval nodig om duurzame warmte te produceren. De laatste vijf tot tien jaar is er echter een nieuwe ontwikkeling ontstaan, die gaat over het transformeren van dat lineaire model: we minimaliseren grondstofgebruik, maximaliseren hergebruik van producten en we hergebruiken grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk. Bijvoorbeeld door dezelfde hoeveelheid goederen met meer mensen te gebruiken, zoals met deelauto’s. Het idee is dat mensen veel meer gaan handelen, produceren en consumeren op basis van wat hernieuwbaar is. Dan kijk je veel meer naar wat er al dichtbij is, wat we kunnen delen en hoe we nieuwe dingen zodanig ontwerpen dat ze bij een defect gerepareerd en opnieuw gebruikt kunnen worden.’

Wat gebeurt er op dat gebied al in Rotterdam?

‘Kijk naar BlueCity, een fantastische plek! De architecten van Superuse Studios hebben dit voormalige tropische zwembad circulair herontwikkeld. Zij hebben laten zien dat we anders, circulair, moeten en kunnen gaan bouwen. Dus geen nieuw beton maken en nieuwe spullen erin zetten, maar beginnen met wat er al is. In BlueCity zitten allerlei bedrijfjes die een eigen ecosysteem vormen, waarin ze niet onderling concurreren maar elkaars stromen gebruiken en circulair omzetten in iets wat ook economische waarde heeft. Dat vraagt veel creatief ondernemerschap. De uitdaging zit ‘m in de economische condities. De concurrentie zit nog steeds in die lineaire economie, waarin veel negatieve impact niet belast wordt. Dat is oneerlijke concurrentie. De gemeente Rotterdam denkt daar wel over na: hoe ze het voor bijvoorbeeld circulaire cateraars makkelijker kunnen maken om zich te vestigen. Maar de bestaande bedrijven en industrie kunnen het niet ineens compleet anders gaan doen. Sommige helden doen dat, maar de meeste kiezen voor een beetje verduurzamen. Dat zie je ook in de stad. We willen een gezonde voedselomgeving, maar al die snackketens brengen wel huurpenningen op en zorgen voor banen. Het is nu nog vooral schipperen tussen lineair optimaliseren en echt kiezen voor circulair.’

In de Rotterdamse haven gebeurt al wel veel op circulair gebied …

‘Daar zijn ze al lang bezig met allerlei beleid om de haven circulair te maken. Een fascinerende conceptuele uitdaging, maar ook praktisch heel interessant. Wat BlueCity op kleine schaal doet, gebeurt in de haven op heel grote schaal. De ene fabriek heeft veel warmte nodig, terwijl de andere fabriek juist veel warmte produceert. Met slimme technologie en door die fabrieken dicht bij elkaar te zetten, kunnen ze elkaar helpen. Maar dat geldt ook voor andere stromen. Chemische recycling bijvoorbeeld van fossiele plastics, waarna ze van basispolymeren weer nieuwe plastics kunnen maken. Het Havenbedrijf is erg bezig met proberen heel gericht andere bedrijven naar de Rotterdamse haven te halen, die goed in dat ecosysteem passen dat ze aan het opbouwen zijn. En tegelijkertijd denken ze na over hoe om te gaan met het uitfaseren van de lineaire economie. ’

Ben je optimistisch gestemd over de transitie naar een circulaire economie?

‘Als we kijken naar transities in het verleden, dan kenmerken deze zich door een periode van vijf tot vijftien jaar waarin op heel grootschalig niveau een volledig maatschappelijk systeem compleet van structuur en vorm verandert. Denk aan de overgang van paard en wagen naar auto, of van kolenkachel naar gas. Er is altijd een soort moment waarop dat proces in een versnelling schiet, alleen kun je dat pas achteraf herkennen. Als ik terugkijk, dan is er een heleboel aan het schuiven en is het momentum veel groter dan zo’n tien jaar geleden. Dat transitiemoment zit ‘m in drie dingen: bewustzijn, urgentie en de alternatieven. In historische transities zijn dit de drie terugkerende ingrediënten. Daarnaast zijn er triggers nodig. In de samenleving gaat het dan vaak om een crisis, een doorbraak of leiderschap. Iets wat een beweging binnen bijvoorbeeld een gemeente katalyseert om de regels van het spel te veranderen. Zodanig dat wat eerst alternatief was, nu het normale wordt. De gemeente Rotterdam zit daar nu vol in. Steeds meer mensen zullen uiteindelijk naar die andere kant gaan. Ze gaan mee-experimenteren, waardoor nóg meer mensen het gaan zien. Als we in 2030 terugkijken op dit gesprek, dan zitten we echt in een andere wereld. Dan hebben we het mobiliteits-, energie- en voedselsysteem op basis van circulaire principes ingericht. En zitten we nog steeds aan deze vliegtuigtafel …’

Dit artikel maakt deel uit van het magazine ‘Rotterdam Circulair’, geproduceerd door de samenwerkende partijen van de Rotterdamse merkalliantie ‘Rotterdam. Make It Happen.’ De verhalen uit dit magazine worden vanaf medio februari 2023 wekelijks gepubliceerd op de websites van diverse merkalliantie partners. Meer weten? Check www.rotterdammakeithappen.nl. Hebben de verhalen je geïnspireerd en wil jij bijdragen aan de ontwikkeling van de circulaire Rotterdamse economie? Stuur ons een e-mail bericht. We verbinden je graag met de juiste personen en organisaties.

 

Foto bij dit artikel: Lennaert Ruinen

Mijn favoriete venues (0)